Home Zuigelingen
Zuigelingen
PDF Afdrukken E-mail

Er kan sprake zijn van een vertraagde of afwijkende ontwikkeling bijvoorbeeld door een vertraagde rijping van het zenuwstelsel, de zintuigen, de organen of het houdings- en bewegingsapparaat. Vaak geldt: hoe eerder het kind wordt behandeld, des te geringer de verstoring van zijn ontwikkeling is.

De signalen die op motorische problemen kunnen wijzen zijn;

  • een lage spierspanning of juist overstrekken.
  • voorkeurshouding van het lichaam naar 1 kant toe.
  • eenzijdig bewegen.
  • huilbaby.
  • billenschuiver.
  • orthopedische klachten.
  • neurologische aandoeningen en syndromen.
  • te vroeg geboren kinderen (prematuur of dysmatuur kind).
  • Erbse parese ten gevolge van de bevalling.
  • chronische aandoeningen aan de luchtwegen (CF).

De behandelingen zijn gericht op;

  • Het stimuleren van een normale motorische en zintuigelijke ontwikkeling.
  • Het geven van adviezen aan ouders met betrekking tot hantering van hun kind en speladviezen (bij dagelijkse verzorging), hulpmiddelen, voorzieningen en aanpassingen.

Plagiocephalometrie.

Kinderfysiotherapie heeft effect op een afplatting aan het achterhoofd (=deformatieve plagiocephalie) en asymmetrie bij zuigelingen. Een conclusie uit een onderzoek waaraan een van ons team (Miranda) heeft meegewerkt en waarop Leo van Vlimmeren is gepromoveerd. Vanuit dit onderzoek is de plagiocephalometrie ontstaan.

Het komt steeds vaker voor dat wij baby's zien met een voorkeurshouding die soms gepaard gaat met een afplatting van het achterhoofd. Van een voorkeurshouding spreek je als het kind 3/4 van de tijd naar één kant kijkt en moeite heeft om naar de andere kant te kijken. Meestal kijkt het kind met een voorkeur naar rechts. Doordat kinderen steeds vaker alleen op hun rug worden gelegd en niet op hun buik, komt voorkeurshouding meer voor. De kans dat het kind een afplatting van het achterhoofd krijgt is dan groter. Sinds enige jaren is er een meetinstrument beschikbaar, de plagiocephalometer. Hiermee kunnen we de mate van afplatting (plagiocephalie) meten, zodat we de scheefheid kunnen vaststellen. Aan de hand van deze meting kan beoordeeld worden of helmredressie een eventuele optie is. De plagiocephalometer is een thermoplastbandje dat handwarm gemaakt wordt en dan om het hoofd van uw kind wordt gelegd. Ter hoogte van de neus en oren worden op het bandje stipjes gezet. Dit bandje wordt na een paar minuten weer hard en dan hebben wij een afdruk van de omtrek van het hoofdje van het kind.

Aan de hand van deze omtrek kunnen we met behulp van verschillende berekeningen bepalen wat de mate van afplatting en scheefheid van het hoofd is, waardoor we gerichter hantering- en houdingsadviezen kunnen geven. Na verloop van tijd, rond de leeftijd van 6 maanden, wordt opnieuw een bandje gemaakt om te beoordelen of de kinderfysiotherapeutische interventie voldoende effect heeft.