|
Jonge kinderen kunnen last hebben van lichamelijke problemen, maar ook te maken hebben met sociale problemen. Vanaf deze leeftijd worden vaak afwijkingen of achterstanden gesignaleerd, omdat de eisen t.a.v. de motorische vaardigheden en zintuiglijke prikkelverwerking worden verhoogd. Moeilijkheden die ontstaan, zijn vaak het gevolg van een verstoorde sensomotorische ontwikkeling.
De signalen kunnen zijn;
- onhandigheid (dyspraxie), veel vallen.
- afwijkend looppatroon.
- lage of hoge spierspanning.
- aanleren van verkeerde houding.
- moeite met gymnastiek op school / spelen op schoolplein.
- overbeweeglijkheid / rusteloosheid.
- fijne motoriekproblemen zoals bij knippen/knutselen/schrijven/tekenen.
- traag zijn / concentratieproblemen.
- nog geen keuze voor R of L hand.
- contact met leeftijdsgenoten verloopt moeizaam.
- longproblemen CF / astma.
- orthopedische afwijkingen.
- neurologische problemen.
- status na fracturen.
- overgevoeligheid.
De behandeling is gericht op het trainen van vaardigheden. Plezier in bewegen staat hierbij centraal. Bij elke leeftijd horen bepaalde motorische vaardigheden die je onder de knie moet krijgen. Het is soms gewoon dat je daarbij wat hulp krijgt. Een kind dat t.g.v. een ziekte of handicap in zijn bewegen beperkt is, kan leren omgaan met zijn beperkte mogelijkheden en leren op een aangepaste manier optimaal te bewegen.

|
|
|
|
|