|
Oudere kinderen kunnen motorisch onhandig zijn of houterig bewegen, vaak hun evenwicht verliezen en veel uit hun handen laten vallen. Ze kunnen angstig zijn om te bewegen of een slechte houding hebben. Een kind kan veel moeite hebben met stilzitten, schrijven of met het tempo van de klas bijhouden. Soms maakt een kind veel bijbewegingen of lijkt het achter in zijn motorische ontwikkeling in vergelijking met leeftijdsgenoten. Bewegingsproblemen kunnen veel invloed hebben op het welbevinden van een kind en het functioneren in een groep. Kinderen van deze leeftijd zijn zich vaak bewust van het feit dat ze anders bewegen of meer moeite hebben met hun motoriek dan hun leeftijdsgenoten. Dit kan sociaal-emotionele problemen met zich meebrengen.
De signalen kunnen zijn;
- taal-, lees en rekenmoeilijkheden.
- dyslexie.
- faalangst.
- ruimtelijke oriëntatie-problemen.
- geen dominante hand.
- schrijfproblemen.
- contact met leeftijdsgenoten verloopt moeizaam.
- overgevoeligheid voor omgevingsfactoren als geluid, aanraking etc.
- termen als DCD / ADHD / PDD-NOS / NLD
- hersenletsel t.g.v. een ongeluk
- jeugdreuma.
- longproblemen (CF / ademhaling / astma).
- orthopedische klachten.
- houdingsproblematiek.
De behandeling is gericht op het oefeningen van motorische vaardigheden, waardoor ze meer zelfvertrouwen krijgen. Het doel is dat het kind beter functioneert in zijn fysieke en sociale omgeving. Ook kunnen er tips worden gegeven en sport-, spel- en oefenadviezen.

|
|
|
|
|